360 uitschakelen

Tyne Cot


Tyne Cot

Poppr 360 Play Icon
Klik of tap om te activeren

Tyne Cot

Gelegen tussen de Tynecotstraat en de Vijfwegenstraat, op de westzijde van een heuvelrug, circa 2,5km ten ZW van het dorp Passendale. Het omliggende landbouwgebied is heuvelachtig. De begraafplaats bevat verschillende bunkers, waaronder 1 vooraan links (bunker 2) en 1 vooraan rechts (bunker 1). De ‘Cross of Sacrifice’, midden achteraan, is gebouwd op een bunker (bunker 3) en draagt een gedenkplaat voor de ‘3rd Australian Division’. Achter dit kruis en de ‘Stone of Remembrance’ staat over de breedte van de begraafplaats het ‘Tyne Cot Memorial’.
Historische achtergrond

Het dorp Passendale was op 20 oktober 1914 in Duitse handen gevallen. De heuvelrug, bij de Britten bekend als ‘Passchendaele Ridge’ (scheiding tussen Leie- en Ijzerbekken), vormde tijdens de eerste oorlogswinter 1914-1915 de verst vooruitgeschoven frontlijn van de ‘salient’. Ze werd verdedigd door Franse troepen, die begin april 1915 afgelost werden door Britten en Canadezen. Na de Duitse gasaanvallen eind april 1915 (Tweede Slag om Ieper), zagen de Britten zich genoodzaakt zich terug te trekken tot de lijn Wieltje – Frezenberg – Hooghe. De Duitsers hadden de strategisch belangrijke hoogte (‘Flandern Riegel’) in handen en bouwden er de komende jaren verdedigingsstellingen met betonnen schuilplaatsen en bunkers uit (‘Flandern – Stellung’ geheten).

De Derde Slag om Ieper, die op 31 juli 1917 losbarstte en pas op 10 november 1917 beëindigd werd – honderdduizenden slachtoffers later – ging de geschiedenis in als de ‘Slag om Passendale’ of ‘Passchendaele’. Bevelhebber Douglas Haig wou koste wat kost de Duitse linie doorbreken richting kust en havens, maar de Britse troepen bleven meer dan 3 maanden lang quasi ter plaatse ploeteren. De slag wordt beschreven als een hel van modder en vuur, één der bloedigste veldslagen aller tijden (er zouden bijna een half miljoen militairen gewond, vermist of gedood worden). Op 6 november heroverde de ‘5th Canadian Infantry Brigade’ Passendale. Passendale werd het meest noordoostelijke punt van de Salient.

Half april 1918, met het Duitse Lenteoffensief, dienden de geallieerden hun zuur verdiend territorium van de nazomer van 1917 opnieuw prijs te geven en kwam het dorp opnieuw in Duitse handen. Dit bleef zo tot het Belgische 4de Regiment Karabiniers en Grenadiers het dorp definitief heroverden op 29 september 1918, met het geallieerde Eindoffensief.

De Duitsers hadden ter hoogte van een schuurtje, die op Brits militaire stafkaarten met ‘Tyne Cott’ werden aangeduid, vijf betonnen constructies aangelegd. De middelste van de Duitse betonnen constructies was groot en werd na de verovering op 4 oktober 1917 door de ‘3rd Australian Division’ ingericht als ‘Advanced Dressing Station'(medische verbandpost). Van 6 oktober 1917 tot eind maart 1918 werden er in de omgeving 343 bijzettingen verricht langs weerszijden van de constructie, door de ’50th (Northumbrian) Division’, de ’33rd Division’ en 2 Canadese eenheden. Ze vormden de basis van het huidige ‘Tyne Cot Cemetery’.

Na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid door de concentratie van geïsoleerde graven van de slagvelden rond Langemark en Passendale en door de ontruiming en overbrenging van kleinere begraafplaatsen.

‘Tyne Cot Cemetery’ is ontworpen door Sir Herbert Baker, met medewerking van J.R. Truelove. Het grondplan is rechthoekig met apsis in het oosten. Het heeft een oppervlakte van 34941 m². De aanleg gebeurde in verschillende niveaus; het terrein helt licht af. De begraafplaats is afgesloten door een muur van zwarte silexkeien (‘flintstones’), afgedekt met witte natuursteen.

Bron

Klant
Tyne Cot
Diensten
Technologie
Sectoren:
Bezoek Tyne Cot in 360